Fides

Fides in symbolen
In deze rubriek stellen we telkens een Fides-symbool in ‘t Snipke centraal. We geven er uitleg over en we vertellen hoe we ermee werken. Op die manier weten jullie als ouders straks steeds beter waar de kinderen het over hebben als ze de symbolen thuis ter sprake brengen. Je kunt er dan ook gemakkelijker met hen het gesprek over aangaan.

De Rugzak
We leggen kinderen uit dat iedereen als het ware een onzichtbare rugzak heeft. De hele dag maken we van alles mee en dat levert -samen met onze gedachten- allerlei gevoelens op. Deze gevoelens verzamelen we in onze rugzak.

Fijne gevoelens zijn geen probleem, maar een opstapeling van minder fijne gevoelens levert een zware rugzak op. Een kind snapt dat je anders reageert als je vooral ‘blij’ en ‘tevreden’ in je rugzak hebt, dan wanneer de gevoelens ‘boos’ en ‘teleurgesteld’ overheersen. Toch nemen we deze wetenschap niet altijd mee in de beoordeling van anderen. Zo kunnen we een kattige of kribbige opmerking van de ander gemakkelijk op onszelf betrekken, terwijl het misschien meer zegt over de inhoud van de rugzak van die ander.

Wat in onze rugzak zit, bepaalt dus mede ons gedrag. Het is fijn als we hem zo leeg mogelijk houden wat betreft de vervelende gevoelens. We leren de kinderen dat we onze rugzak leeg kunnen maken door over de inhoud te praten en er niet voor weg te lopen. Soms hebben we de neiging om -vanwege uiteenlopende redenen- vervelende gevoelens liever diep weg te stoppen in de rugzak en er bijvoorbeeld een laagje ‘blij’ overheen doen. Doen alsof het er niet is. Door juist over de inhoud van de rugzak te praten met kinderen, maak je hen sociaal sterker en weerbaarder en leren ze rekening te houden met de gevoelens en het gedrag van anderen. Zo kunnen ze meer incasseren

Op woensdag 17 en donderdag 18 april as. organiseren we een ouderavond over Fides. De uitnodiging voor deze avond heeft u reeds via uw zoon of dochter ontvangen. Wij gaan er vanuit dat u aanwezig bent! Het belooft een leuke en onderhoudende avond te worden.

Meer informatie over Fides is te vinden in de ouderboekjes die we graag aan jullie uitlenen. Ze zijn beperkt voorradig als uitleenexemplaar in de klassen. Verder verwijzen we naar de website van Fides: www.fides-wbt.com

Ojee – Oke kastje
Deze keer staat de ‘Ojee – Oke gedachte’ centraal.  In vrijwel alle groepen (m.n. middenbouw / bovenbouw) hebben de kinderen al kennis gemaakt met het symbool ‘Ojee – Oke kastje’.

Veel gedachten beginnen, of kunnen beginnen met het woord “Ojee”. Bijvoorbeeld:

  • Ojee, straks ben ik alles van topgrafie vergeten;
  • Ojee, als mijn spreekbeurt maar net zo goed gaat als gisterenavond thuis;
  • Ojee, als ze maar niet gaan lachen straks;
  • Ojee, dit lukt me nooit

Dit soort gedachten noemen we ‘Ojee-gedachten’.

Tegenover ‘Ojee-gedachten’ staan ‘Oke-gedachten’.

Bijvoorbeeld:

  • Oke, mijn topotoets gaat me lukken, want ik heb goed geleerd;
  • Oke, Ik heb gisteren laten zien dat ik mijn spreekbeurt goed kan doen, dus het lukt me vandaag ook wel;
  • Oke, mijn klasgenoten zijn heus wel aardig en ik mag vertrouwen op mezelf, dus als er wordt gelachen is dat helemaal niet rampzalig;
  • Oke, ik ga het proberen en leren en bovendien mag ik fouten maken, dus.

Om met kinderen praktisch aan de slag te gaan met het principe van ‘Ojee – Oke gedachten’ gebruiken we het Ojee – Oke kastje. We stellen ons voor dat er in ons hoofd een kastje met twee lades zit. Een lade voor Ojee-gedachten en een lade voor Oke-gedachten.

Met de kinderen gaan we ontdekken uit welk laatje hun gedachten komen.

Vaak hechten we veel betekenis aan dat wat we denken, zonder na te gaan of de gedachten wel echt waar zijn en waar ze vandaan komen. Meestal hebben we achteraf de ervaring “dat we ons druk hebben gemaakt om niks”.

Ook kunnen we uitleggen aan de hand van het kastje dat sommige van onze gedachten uitkomen omdat we er zo sterk in geloven. Bijvoorbeeld: De gedachte “dat rekenwerk is te moeilijk, het lukt me nooit”. Alle energie die je stopt in die gedachte kun je niet aan het rekenwerk besteden. Logisch dat het er dan niet eenvoudiger op wordt.

Een Ojee-gedachte is een door jezelf gemaakte gedachte die je het beste kunt herkennen aan het vervelende gevoel dat ermee gepaard gaat. Op het moment dat je de Ojee-gedachte herkent, kun je het andere laatje openen om er bewust een Oke-gedachte van te maken.

Vechten tegen Ojee-gedachten en proberen ze niet meer aan te maken, heeft geen zin. Het is immers erg moeilijk om NIET aan iets te denken, tenzij je bewust aan iets anders denkt. Dit is het Ojee – Oke principe: Ojee, je mag er zijn, maar ik geef je geen aandacht en ik ga op zoek naar de Oke-gedachte. In een stappenplan ziet dat er als volgt uit:

  1. Signaleer het gevoel;
  2. Zoek de Ojee-gedachte;
  3. Beoordeel of deze reëel is;
  4. Maak de Oke-gedachte.

De Sleutelbos

We zouden een probleem kunnen zien als een gesloten deur. Om de deur te openen heb je een passende sleutel nodig. Als je een bos vol sleutels hebt en je weet niet welke de goede is, dan zit er niets anders op dan te proberen, net zo lang tot je de goede hebt gevonden.

Zo proberen we kinderen uit te leggen dat het bij het oplossen van een probleem belangrijk is om te blijven proberen en niet op te geven. Vaak zijn we geneigd om steeds dezelfde strategie te gebruiken, dezelfde sleutel, ook als gebleken is dat deze niet werkt. Er kunnen dan beter andere sleutels worden gepast.

Dit geldt natuurlijk voor elk denkbeeldig probleem, maar bij Fides beperken we ons met het symbool van de sleutelbos tot problemen die hebben te maken met zelfvertrouwen en weerbaarheid van kinderen.

In de praktijk werken we met een echte sleutelbos met wel dertig sleutels. Aan die sleutelbos zit ook een opvallende, grote sleutel. Dit is de sleutel van ‘ik geloof in mijzelf’, ofwel ‘ik ben goed zoals ik ben’. Dit is steevast de eerste sleutel die we nodig hebben en die ons helpt zoeken naar een goede passende sleutel voor het probleem.

De sleutelbos is dus een hulpmiddel voor het denken in mogelijkheden en doorzetten bij het oplossen van een probleem of het bereiken van een doel.

Op het moment dat je kind denkt “dat kan ik niet” haal je de sleutelbos erbij. Zeker bij jonge kinderen is het van belang om een concrete en grote sleutelbos te gebruiken. Benadruk in het gesprek met je kind dat de eerste sleutel altijd is ‘ik geloof in mezelf, ik heb de mogelijkheid om iets op te lossen, ik ben goed zoals ik ben met mijn goede en minder goede kanten’. Ieder mens kan een heleboel goed en een heleboel minder goed. Dat is nu eenmaal zo! Ga er vanuit dat de sleutelbos altijd voorhanden is en dat de juiste sleutel er altijd bij zit.

Als ouder kun je de sleutelbos ook heel goed voor jezelf gebruiken. In plaats van snel te zeggen ‘wat een moeilijk kind’, kan de ouder fanatieker op zoek gaan naar sleutels. Misschien is je kind wel gebaat bij meer structuur. Het kind kan behoefte hebben aan meer humor. De lat wordt misschien wel te hoog gelegd door ouders of er worden te weinig complimenten gegeven. Gesprekjes met voldoende invoelinsgvermogen, op rustige momenten kunnen dan welkom zijn.

Sleutels die het proberen waard zijn. Hoe meer sleutels je gebruikt, des te groter het resultaat.

De Ballon

De ballon zetten we in om kinderen het belang van een goede houding en uitstraling te laten zien en te leren. Bij het werken aan zelfvertrouwen, opkomen voor jezelf, is het belangrijk om een goede houding aan te nemen. Dat is kinderen gemakkelijk te leren door zich een ballon voor te stellen in hun borst.

Die ballon kun je leeg laten lopen. De schouders hangen dan, de ogen kijken meestal naar de grond en de ander zal je niet snel serieus nemen. We noemen dat dan ‘0-ballonnen’. Iemand met een lege ballon is vaak bang dat hij het niet goed doet, iets verkeerds zal zeggen, uitgelachen zal worden, er toch niet bij hoort, niet leuk, dapper, aardig, enzovoort is.

Als iemand duidelijk wil zijn is het belangrijk dat de ballon opgeblazen is. Je staat dan rechtop en kijkt de ander aan. Je stem zal zich vrijwel automatisch aan die houding aanpassen. Houding en stem zorgen er voor dat de ander je sneller serieus neemt. We praten dan over ‘1-ballon’. Kinderen geven aan dat deze ‘1-ballon’ fijn voelt en dat iemand met ‘1-ballon’ aardig over zichzelf denkt.

Iemand die voelt dat zijn ballon leegloopt, kan dat zo vervelend en gênant vinden dat hij dat probeert te verbergen door extra veel lucht in de ballon te doen. Genoeg lucht voor ‘10-ballonnen’. Zo noemen we dat ook. Als je goed kijkt zie je dan onder het stoere-, clowneske- of pestgedrag de onzekerheid. Met ‘10-ballonnen’ kan het ook zijn dat iemand alles heel goed wil doen, het liefste de beste wil zijn en daardoor bijvoorbeeld slecht tegen zijn verlies kan. Daaronder zit de angst om niet goed genoeg te zijn: De overtuiging dat je pas iemand bent als je presteert!

Het symbool van de ballon is uitdrukkelijk geen correctiemateriaal. Het mag eerder een cadeautje zijn. “Je verdient het om ‘1-ballon ‘ te zijn. Je bent goed zoals je bent. Geloof maar in jezelf. Je bent het waard om ‘1-ballon’ te zijn. Het aannemen van een goede houding (‘ballon 1’) ondersteunt positieve gedachten en andersom.